Monsterneming van urine

Ten laatste op het uur dat staat vermeld op de oproeping, dient de sporter zich aan in het dopingcontrolestation. Hij mag zich tijdens de dopingcontrole laten vergezellen door een persoon naar keuze. 
Een minderjarige sporter kan zich laten bijstaan door een wettelijke vertegenwoordiger (bvb. ouder of voogd). 

De weigering of het onvermogen zonder duidelijke verantwoording, om een monster voor te leggen na de oproeping, of het op een andere manier ontwijken van de monsterneming, staat gelijk met een dopingpraktijk. 

Stap 1: in het dopingcontrolestation wordt, nadat de controlearts zich gelegitimeerd heeft, de identiteit van de sporter gecontroleerd (aan de hand van een identificatiebewijs met foto) en worden alle relevante gegevens ingevuld op het dopingcontroleformulier.

Legitimatie van de controlearts
Legitimatie van de controlearts
Legitimatiebewijs
De identiteit van de sporter wordt gecontroleerd
Relevante gegevens worden ingevuld op het proces-verbaal van monsterneming

Stap 2: de sporter kiest zelf een voorverpakte opvangbeker.

de sporter kiest zelf een voorverpakte opvangbeker

Stap 3: de sporter verwijdert de verpakking van de opvangbeker.

de sporter verwijdert de verpakking van de opvangbeker

Stap 4: de sporter plast minstens 90 cc onder toezicht van iemand van het controleteam die van hetzelfde geslacht is als de sporter. De toezichthouder of getuige kan elke maatregel treffen om mogelijk bedrog of onwil uit te sluiten. Hij kan de sporter bijvoorbeeld vragen bij het plassen om vanaf de knieën tot halverwege de borst, en van de handen tot de ellebogen alle kleren te verwijderen.

Het plegen van bedrog, of de poging daartoe, staat gelijk met een dopingpraktijk.

monsterneming onder toezicht

Als de sporter onvoldoende geplast heeft kan gebruik gemaakt worden van de "partial sample kit" of tijdelijke bewaarset.

Stap 5: de sporter kiest zelf een verzegelde verpakking met 2 flesjes erin.

de sporter kiest zelf een verzegelde verpakking

Stap 6: de sporter opent de verzegelde verpakking.

de sporter opent de verpakking

Stap 7: de sporter en de controlearts controleren de codenummers op de verpakking, flesjes en afsluitdoppen en de controlearts noteert het unieke codenummer op het dopingcontroleformulier.

Controle van de codenummers op de verpakking, flesjes en afsluitdoppen
Controle van de codenummers op de verpakking, flesjes en afsluitdoppen
Controle van de codenummers op de verpakking, flesjes en afsluitdoppen
De verpakking en de rode ringen rond de hals van de flesjes worden verwijderd
De verpakking en de rode ringen rond de hals van de flesjes worden verwijderd

De verpakking en de rode ringen rond de hals van de flesjes worden verwijderd.

Stap 8: het afsluitdeksel wordt op de opvangbeker met urine geplaatst en via de opening in het afsluitdeksel wordt de urine als volgt over de 2 flesjes verdeeld:

  • Eerst wordt in het B-flesje minstens 30 ml urine gegoten (minstens tot aan het streepje aan de onderzijde van het blauwe label)
in het B-flesje wordt minstens 30 ml urine gegoten
  • De rest van de urine (minstens 60 ml) wordt in het A-flesje gegoten (minstens tot aan het streepje aan de bovenzijde van het rode label). 
De rest van de urine (minstens 60 ml) wordt in het A-flesje gegoten

De beide flesjes worden verzegeld door de afsluitdoppen stevig toe te draaien zodat ze niet meer geopend kunnen worden. 

De beide flesjes worden verzegeld

Alle voorgaande handelingen waarbij de beker of de flesjes worden aangeraakt tot en met de verzegeling van de flesjes, gebeuren door de sporter zelf, tenzij deze aan iemand van het controleteam toestaat om dit in zijn plaats te doen. In dit geval, wordt het genoteerd op het dopingcontroleformulier.

De flesjes kunnen na verzegeling ondersteboven gehouden worden zonder te lekken.

De flesjes kunnen na verzegeling ondersteboven gehouden worden zonder te lekken

Stap 9: de controlearts bepaalt de densiteit (dichtheid) van de urine en noteert het resultaat op het dopingcontroleformulier.

densiteit controle
densiteit controle
densiteit controle

Een urinestaal met een densiteit lager dan 1,005 (gemeten met een refractometer), moet door de controlearts geweigerd worden.

Een urinestaal met een densiteit lager dan 1,005 moet door de controlearts geweigerd worden.

In dat geval is de sporter verplicht om een nieuw staal af te leveren tot de vereiste densiteit is bereikt (of de controlearts beslist geen derde staal meer te nemen). De controlearts kan bij twijfel over de integriteit of afkomst van het eerste staal steeds een bijkomend staal vragen.

Stap 10: de beide flesjes worden, nadat de controlearts heeft geverifieerd of ze wel degelijk goed gesloten zijn, terug in de verpakking geplaatst voor transport naar het labo.

beide flesjes worden terug in de verpakking geplaatst

Ga naar...

Nieuwsbrief

Via deze rubriek kan u zich abonneren voor de gratis nieuwsbrief i.v.m. doping en dopingbestrijding in Vlaanderen. Gelieve uw e-mailadres in te vullen en op de knop “inschrijven” te klikken.

nieuwsbrief

Opmerking: uw e-mailadres zal niet voor andere doeleinden worden gebruikt en wordt niet doorgegeven aan andere organisaties of instellingen.