Wat alle atleten zouden moeten weten over voedingssupplementen...

Waarom is het gebruik van voedingssupplementen door atleten een reden tot bezorgdheid?

In heel wat landen is de controle op de productie van voedingssupplementen niet degelijk gereglementeerd door de overheid. Dat betekent dat de ingrediënten die de voedingssupplementen bevatten, niet altijd overeenstemmen met die welke op de buitenkant van de doos of de verpakking staan. In sommige gevallen kunnen in een voedingssupplement stoffen zitten die niet aangegeven zijn, en die volgens de antidopingwetgeving verboden zijn. Studies hebben uitgewezen dat wel twintig procent van de voedingssupplementen die aan atleten te koop worden aangeboden, stoffen bevatten die niet op het etiket vermeld staan, en die tot een positief dopingresultaat kunnen leiden. Heel wat positieve resultaten worden toegeschreven aan een verkeerd gebruik van voedingssupplementen.

Wat gebeurt er als de overheidswetgeving strikt is en wordt toegepast?

Zelfs als de voedingssupplementenindustrie degelijk gereglementeerd is en de regels worden toegepast, is contaminatie  al dan niet opzettelijk nooit uitgesloten. De atleten kunnen er nooit honderd procent zeker van zijn dat een supplement geen verboden stof bevat.

Wat is de houding van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA) tegenover het gebruik van supplementen?

Het WADA is van oordeel dat een gezond voedingspatroon van het allergrootste belang is voor atleten die deelnemen aan wedstrijden op hoog niveau. Het WADA is ook erg bekommerd om het aantal atleten dat bereid is voedingssupplementen te nemen zonder precies te weten wat de werkelijke gevolgen ervan zijn en of ze al dan niet verboden stoffen bevatten. Het gebruik van een voedingssupplement met een onduidelijk etiket wordt tenslotte niet beschouwd als een aanvaardbaar verdedigingsargument in een dopingverhoor. Atleten moeten zich bewust zijn van de gevaren van mogelijke contaminatie van voedingssupplementen en van de belangrijke gevolgen van het principe van risicoaansprakelijkheid.

In 2000 heeft de Atletencommissie van het Internationaal Olympisch Comité een soortgelijke verklaring gepubliceerd waarin het volgende werd gezegd: « Wij zouden de atleten van de wereld willen wijzen op het feit dat recente ontdekkingen hebben aangetoond dat voedingssupplementen dopingproducten kunnen bevatten waardoor de atleten positief kunnen worden bevonden voor stoffen die momenteel op de lijst van de verboden middelen staan. De commissie is bovendien van oordeel dat de atleten hun volle verantwoordelijkheid moeten nemen voor alle dopingproducten die in hun lichaam worden aangetroffen ten gevolge van het gebruik van voedingssupplementen. »

Wat gebeurt er als een atleet positief wordt bevonden ten gevolge van het nemen van een supplement?

Op grond van het principe inzake risicoaansprakelijkheid zijn de atleten verantwoordelijk voor alle stoffen die in hun lichaam worden aangetroffen, ongeacht de manier waarop die daar terechtgekomen zijn. Als een atleet positief wordt bevonden, leidt dit  tot diskwalificatie en mogelijk tot sanctie of schorsing. De atleten zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor wat zij innemen.

Wat te doen als een atleet werkelijk een supplement moet gebruiken?

Een atleet die meent dat hij een voedingssupplement nodig heeft, moet eerst een specialist in de sportwetenschappen raadplegen, zoals een sportvoedingsdeskundige of een sportdokter.  Deze zal eerst nagaan of de behoefte niet kan worden gedekt door het aanpassen van de voeding van de atleet. Voedingssupplementen mogen alleen worden aangeraden als noodzakelijke aanvulling van gezonde voeding en als ze de gezondheid van de atleet niet in gevaar brengen.In 2003 heeft de Werkgroep voor Voeding van het IOC haar houding uiteengezet over het gebruik van voedingssupplementen door atleten: « De atleten zijn gewaarschuwd tegen het onzorgvuldig gebruik van voedingssupplementen. De supplementen die voor de essentiële voedingsstoffen zorgen, kunnen nuttig zijn als de hoeveelheid of de verscheidenheid aan voedsel beperkt is, maar deze benadering is slechts een oplossing op korte termijn. Het gebruik van voedingssupplementen is geen compensatie voor een onevenwichtige voeding en een onaangepast dieet. De atleten die van plan zijn voedingssupplementen en andere sportvoedingsmiddelen te gebruiken, zouden moeten nadenken over de doeltreffendheid ervan, over de kosten, het risico voor de gezondheid en de prestaties en over een mogelijke positieve dopingcontrole. »

Wat zouden atleten verder ook nog moeten weten over de voedingssupplementen?

Vele fabrikanten van voedingssupplementen beweren dat hun producten bepaalde eigenschappen hebben die helemaal niet wetenschappelijk werden bewezen, en zij wijzen de gebruiker zelden op mogelijke negatieve effecten. De voedingssupplementenindustrie is een uiterst winstgevende onderneming en de atleten moeten zich terdege laten informeren om een onderscheid te kunnen maken tussen marketingstrategieën en de realiteit. Atleten die beslissen voedingssupplementen te gebruiken, hebben er alle belang bij om producten te gebruiken van bedrijven met een goede reputatie, die goede fabricagepraktijken toepassen, zoals de grootste multinationale farmaceutische ondernemingen. De atleten kunnen voor nadere informatie contact opnemen met de fabrikanten of  nog beter  aan hun dokter vragen om dit in hun plaats te doen.

Als algemene waarschuwing geldt het volgende:

  • voedingssupplementen die volgens de reclame « de spieren versterken » of « vetten verbranden » lopen het grootste gevaar om een verboden stof te bevatten, hetzij een anabolicum of een stimulerend middel.
  • de termen « op basis van kruiden » en « natuurlijk » zijn geen garantie voor een « veilig » product.
  • voorbeelden van verboden middelen die kunnen voorkomen in voedingssupplementen, zijn onder andere:
    • DHEA (voorloper van testosteron)
    • androstenedione/diol (en varianten die « 19 » en « nor » bevatten)
    • ma huang/ephedra
    • efedrine
    • amfetaminen (die ook voorkomen in stimulerende middelen zoals « ecstasy »).
  • zuivere vitaminen en mineralen zijn als dusdanig niet verboden, maar de atleten doen er goed aan bekende merken te gebruiken en voedingssupplementen die gecombineerd zijn met andere stoffen te mijden.
  • de zwarte markt of producten zonder etiket zijn een bijzonder zorgwekkend probleem. Gebruik geen producten waarvan de oorsprong niet bekend is, zelfs als een trainer of een andere atleet ze levert.
  • Bij het aankopen van voedingssupplementen via internet mijd je bedrijven die hun bedrijfslocatie niet opgeven en alleen een postbus vermelden of alleen maar contactinformatie vrijgeven op basis waarvan ze niet kunnen worden gelokaliseerd, zoals een e-mailadres.

Noot: zelfs als een atleet met al deze waarschuwingen rekening houdt, heeft hij geen enkele garantie dat het nemen van een voedingssupplement niet tot een positieve dopingcontrole zal leiden.

Wat gebeurt er om de problemen van het gebruik van voedingssupplementen, te beperken?

Het WADA heeft in samenwerking met het Canadese centrum voor sportethiek, het Canadese Olympisch Comité en Sport Canada in Montréal een symposium georganiseerd om de gevolgen van het gebruik en van het verkeerd gebruik van voedingssupplementen door atleten aan te pakken. Vertegenwoordigers van sportorganisaties, van antidopingorganisaties, van de industrie, van de overheden en uit de medische en wetenschappelijke wereld hebben samen met topatleten en hun trainers gedebatteerd en specifieke aanbevelingen geformuleerd voor acties op korte, middellange en lange termijn. Een aantal aanbevelingen in een notendop:

  • een akkoord over een gemeenschappelijke definitie van « voedingssupplementen  » ;
  • de invoering van een gecoördineerd onderzoeksprogramma om na te gaan welke supplementen de atleten gebruiken, welke ze en verkeerd gebruiken en waarom;
  • de opstelling van een generieke databank van voedingssupplementen, met alle beschikbare en betrouwbare informatie over supplementen;
  • het bestuderen van een programma inzake productcontrole en -certificering van voedingssupplementen, mogelijks op kosten van de industrie;
  • de goedkeuring door de industrie voor de invoering van zelfreguleringprogramma's met het oog op kwaliteitsverbetering, beperking van contaminatie en een nauwkeurige etikettering. Strikte normen en onafhankelijke controle en toezicht door een derde partij zouden belangrijke elementen van een dergelijk programma zijn;
  • de invoering door de overheden van een gepaste regelgeving voor de industrie gebaseerd op hun verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, de bescherming van de consument en het onderwijs;

Ga naar...

Nieuwsbrief

Via deze rubriek kan u zich abonneren voor de gratis nieuwsbrief i.v.m. doping en dopingbestrijding in Vlaanderen. Gelieve uw e-mailadres in te vullen en op de knop “inschrijven” te klikken.

nieuwsbrief

Opmerking: uw e-mailadres zal niet voor andere doeleinden worden gebruikt en wordt niet doorgegeven aan andere organisaties of instellingen.